Je moet er vanuit de Randstad even voor reizen, maar dan heb je ook wat: je belandt in zowaar in De Literaire Hemel, in, jawel, Amen. Ooit kwam ik er al voor mijn roman De inwendige. Dat was nog net voor het navigatietijdperk en ik herinner me een schijnbaar eindeloze tocht over donkere landwegen, en dan opeens, hallelujah, die oplichtende boerderij.

 

Ditmaal werd ik er zo naartoe geleid, en het was weer even gezellig, dat zie je al aan de perzische kleedjes op tafel. Ik trof er collega-auteurs Richard Osinga, die vertelde over Bunker, en Marion Bruinenberg. De laatste is een oud-student van de Schrijversvakschool van mij, en het is mooi om te zien dat zij inmiddels al haar tweede roman heeft gepubliceerd, Ontaard.